huisarts met stethoscoop-69bf6124-8e60-433a-b9af-90a581df844f.jpg
Eerstelijnszorg 06-11-2017

Huisartsenzorg groeit al jaren hardst van alle zorgsectoren

Zorgverzekeraars Nederland meldt in reactie op berichten van LHV en InEen dat zorgverzekeraars de afgelopen jaren structureel meer geld investeren in de huisartsenzorg. Elk jaar komt er 5% bij en voor 2018 wordt een stijging van meer dan 6% verwacht. Daarmee groeit de huisartsenzorg veel harder dan de rest van de gezondheidszorg. En dat is ook nodig omdat huisartsen steeds meer zorg verlenen omdat mensen langer thuis wonen. De LHV en InEen lijken nu bij voorbaat te streven naar het maximaal opmaken van wat de overheid voor 2018 in de begroting als de limiet voor huisartsenzorg heeft vastgesteld. ZN stelt vast dat zorgverzekeraars in veel regio’s gehoor geven aan de inhoudelijke afspraken uit het akkoord tussen huisartsen en zorgverzekeraars, maar dat het niet kan zijn dat bij voorbaat ook de maximale financiële groeiruimte voor 2018 wordt opgeëist.

In de afspraken die huisartsen en zorgverzekeraars hebben gemaakt voor 2018 zijn verschillende speerpunten benoemd zoals achterstandswijken en de zorg voor ouderen. Op dit moment is de zorginkoop volop bezig. In verreweg de meeste regio’s blijkt dat de gemaakte afspraken worden nagekomen. ZN stelt dat waar de afspraken onvoldoende worden nagekomen, partijen daarop aangesproken moeten worden.

ZN constateert dat de LHV en InEen bij herhaling ten onrechte stellen dat de begroting van het ministerie van VWS volledig moet worden opgemaakt. LHV en InEen stellen dat er 200 miljoen ‘op de plank’ blijft liggen. Dat is onjuist. Omdat de werkelijke uitgaven aan huisartsenzorg stijgen, stijgt ook de rijksbegroting voor huisartsenzorg elk jaar mee. Met dit zogenaamde budgettair kader heeft het ministerie van VWS de bedoeling om aan te geven wat er in Nederland maximaal mag worden uitgegeven aan huisartsenzorg. Dat is ook echt een absolute limiet. De LHV en InEen lijken nu bij voorbaat de maximale groeiruimte op te willen maken, terwijl in de contracten tussen huisartsen en zorgverzekeraars vooral gekeken wordt naar welke investeringen daadwerkelijk nodig zijn om de zorg voor specifieke groepen te verbeteren. ZN vindt dat de verantwoordelijkheid voor deze afspraken ligt bij huisartsen en zorgverzekeraars zelf en niet bij de landelijke brancheorganisaties.