overleg gesprek, internetformaat-5481740f-e0e2-4682-ab11-ba12c38c6aaa.jpg
Langdurige zorg 21-11-2019

Beter passende Wlz-zorg als wensen cliënt voorop staan en door eerdere inzet cliëntondersteuner

Iemand die langdurige zorg nodig heeft vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), vindt beter passende zorg als zijn of haar zorgbehoefte en wensen het uitgangspunt zijn. Daarnaast heeft het meerwaarde om in een eerder stadium een (onafhankelijke) cliëntondersteuner in te zetten, die helpt bij het vinden van passende zorg. Dat blijkt uit het experiment Persoonsvolgende Zorg in de regio Rotterdam. Zorgkantoren, organisaties voor onafhankelijke cliëntondersteuning en zorgaanbieders in de gehandicaptensector werkten hierbij samen. Lorene Henkel, zorginkoper bij zorgkantoor Zilveren Kruis en nauw betrokken bij het experiment: “Het zou goed zijn als we cliëntondersteuning ook na het experiment over de domeinen Wmo en Wlz heen kunnen organiseren.”

Zorgkantoor Zilveren Kruis, die de Wlz-zorg inkoopt in de regio Rotterdam, en onafhankelijke cliëntondersteuningsorganisatie MEE Rotterdam zijn enthousiast over de uitkomsten. Lorene Henkel van Zilveren Kruis: “De belangrijkste winst is de manier waarop we samenwerken in de regio. We weten elkaar beter weten te vinden en zijn goed op de hoogte van elkaars aanbod zodat we de cliënt de best passende zorg kunnen bieden.”

Op basis van de zorgvraag van de cliënt passende zorg vinden
Het uitgangspunt bij de samenwerking in het experiment was, om op basis van de zorgvraag van de cliënt passende zorg te vinden: persoonsvolgende zorg. De betrokken organisaties werkten samen cliëntreizen uit (het proces dat iemand doorloopt in stappen uitgewerkt) en bespraken thema’s als vraagverheldering, innovatie en huisvesting. Om de vraag van de cliënt echt duidelijk in kaart te brengen, is een gezamenlijk vraagverhelderingsinstrument - een uitgebreide vragenlijst- ontwikkeld, die elke bij het experiment betrokken organisatie in Rotterdam gebruikt. Daardoor hoeven mensen maar één keer hun verhaal te doen. “Het gaat echt over wie je bent en wat je wilt: welke dromen heb je, waar word je gelukkig van. Het is een plaatje van het ‘nu’ en het gaat niet alleen over je diagnose. Zo krijgen we een beter beeld van wat iemand wil en kunnen we daar passende zorg bij zoeken,” zegt Jeanine Braal, cliëntondersteuner Wlz bij MEE Rotterdam.

Cliëntondersteuning nog onbekend
Een andere pijler in het experiment richtte zich op de mogelijkheden van cliëntondersteuning. Cliëntondersteuning is beschikbaar vanuit de Wmo (zorg en begeleiding via gemeenten) en vanuit de Wlz (intensieve blijvende langdurige zorg via zorgkantoren). Gemeenten en zorgkantoren leveren die cliëntondersteuning zelf en contracteren hiervoor cliëntondersteuningsorganisaties zoals MEE en Zorgbelang. Iedereen – jong en oud – kan kosteloos gebruik maken van cliëntondersteuning. Maar uit eerder onderzoek van onder meer de zorgkantoren blijkt dat mensen cliëntondersteuning vaak nog niet weten te vinden.

Daarnaast is cliëntondersteuning nu strikt gescheiden tussen de gemeente en het zorgkantoor. Nu is het zo, dat mensen pas zodra ze een Wlz-indicatie van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) hebben, bij het zorgkantoor of een cliëntondersteuningsorganisatie zoals MEE of Zorgbelang terecht kunnen voor het zoeken naar passende Wlz-zorg. Hebben ze nog geen Wlz-indicatie, dan kunnen ze nu alleen bij de gemeente terecht, maar daar ontbreekt vaak de kennis over de Wlz. Terwijl juist al vóór en tijdens het aanvragen van een Wlz-indicatie cliëntondersteuning gericht op de Wlz meerwaarde heeft.

Eerder inzetten cliëntondersteuning werpt vruchten af
In het experiment in Rotterdam werd voor de gehandicaptensector gekeken hoe cliëntondersteuning zichtbaarder gemaakt kan worden en wat het effect is als cliëntondersteuning gericht op de Wlz al eerder kan worden ingezet. “Doordat cliëntondersteuners specifieke kennis hebben over de Wlz, kunnen ze beter inschatten of een Wlz-indicatie nodig is en kunnen mensen sneller en beter worden geholpen,” zegt Lorene Henkel. “Mensen die behoefte hadden aan ondersteuning bij het aanvragen van een Wlz-indicatie, konden in het experiment terecht bij een onafhankelijke cliëntondersteuner Wlz. Zo werden de onafhankelijke cliëntondersteuners steeds meer zichtbaar. Hun meerwaarde bleek al snel. Ze zijn nu meer betrokken bij complexe casussen én zorgaanbieders weten hen zelf ook beter te vinden.”

Oproep aan de minister om integrale cliëntondersteuning mogelijk te maken
Lorene Henkel doet daarom graag een oproep aan de minister: “Maak integrale cliëntondersteuning mogelijk, want voor iemand die zorg nodig heeft moet het niet uitmaken of hij onder de Wmo of de Wlz valt.” Jeanine Braal van MEE Rotterdam, is het daarmee eens maar ziet nog wel haken en ogen als het gaat om de capaciteit: “Het is nu al heel druk, dus veel extra aanvragen kunnen we er niet bij hebben.” Zij ziet de oplossing ook in het verhogen van de kennis over de Wlz bij wijkteams en gemeenten bijvoorbeeld. “Als daar al een goede afweging gemaakt kan worden voor het wel of niet aanvragen van een Wlz-indicatie, dan zou dat al enorm schelen. We krijgen nog veel mensen doorverwezen voor Wlz-zorg, waarvan wij dan denken dat geen Wlz-zorg nodig is. Voor mensen is dat vervelend, omdat wij ze dan weer terug moeten sturen. Mensen hebben vaak zelf ook geen idee wat Wlz-zorg inhoudt en dat snap ik ook.”

 

Evaluatierapport en brief minister over experiment
Het experiment Persoonsvolgende Zorg uit 2017 en 2018 is geëvalueerd door de NZa en onderzoeksbureau HHM. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft minister Hugo de Jonge de Tweede kamer geïnformeerd over de resultaten van deze experimenten.  

Campagne cliëntondersteuning
Om cliëntondersteuning bekender en zichtbaarder te maken, start in januari 2020 een campagne. VWS financiert de campagne. De uitvoering gebeurt door de zorgkantoren, gemeenten en cliëntondersteuningsorganisaties.