Handen Schudden_1-afff2684-3b35-4662-925f-5a3709251e88.jpg
Zorgverzekering 07-02-2020

Zorgverzekeraars, Per Saldo, V&VN en VWS maken afspraken over indicatieproces kindzorg thuis

Er heeft afgelopen week overleg plaatsgevonden tussen Per Saldo, V&VN, het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) over de indicatiestelling in de kindzorg thuis, in het bijzonder de indicaties voor Zvw-pgb. De zorgverzekeraars, het ministerie en de vertegenwoordigers van budgethouders en verpleegkundigen delen dat er snel meer helderheid moet komen over het indicatieproces. Daarom zijn gezamenlijke afspraken gemaakt.

Uitgangspunt is dat het beleid ongewijzigd is: het is nog steeds mogelijk om, als die zorg doelmatig en rechtmatig is, informele zorgverleners in te kopen met een Zvw-pgb. De tekst in het Zvw-pgb reglement (paragraaf 4.9 uit Reglement Zvw-pgb 2020) is geen nieuwe inhoudelijke weigeringsgrond, maar een andere omschrijving van gebruikelijke zorg zoals eerder in het reglement stond, gebaseerd op de duiding van het Zorginstituut en met akkoord van de NZa. Wijkverpleegkundigen indiceren de zorgbehoefte en geven daarbij aan welk deel vanuit de wettelijke aanspraak wijkverpleging onder de Zvw zou vallen. Het maakt niet uit of dit nu zorg in natura of een pgb betreft. Bij zowel zorg in natura als pgb wordt ook gekeken wat het netwerk zelf kan doen.

Zorgverzekeraars toetsen bij de aanvraag voor een Zvw-pgb of de indicatie volgens de normen van de beroepsgroep is geïndiceerd. Mocht een pgb-aanvraag uren bevatten die niet onder de Zvw vallen en die niet doelmatig en/of rechtmatig zijn, dan mag een zorgverzekeraar deze uren afwijzen. Hoe het Zvw-pgb na toekenning door de zorgverzekeraar wordt ingezet, is aan de budgethouder. De budgethouder kan zelf kiezen voor het inzetten van informele en/of formele zorgverleners. De reden dat de passage in het Zvw-pgb-reglement staat is dat het een vertaling is van het indicatieproces voor de aanspraak wijkverpleging. Dit gaat dus op voor de gehele wijkverpleging en is gebaseerd op het Begrippenkader Indicatieproces van de V&VN (27 maart 2019). Door deze vertaling willen zorgverzekeraars indicerend wijkverpleegkundigen ondersteunen bij het doorlopen van het indicatieproces. Het uitgangspunt is dat zorg vanuit een Zvw-pgb aan dezelfde voorwaarden, ten aanzien van de aanspraak wijkverpleging (V&V), moet voldoen als zorg in natura.

V&VN heeft toegezegd de beroepsnormen (Normenkader uit 2014/Begrippenkader uit 2019) waar nodig te verhelderen voor de kindzorg thuis. Bijvoorbeeld op het gebied van inzet van het (cliënt)netwerk (voorheen: gebruikelijke zorg). De aanvullingen of wijzigingen zullen, zoals dat gebruikelijk is bij beroepsnormen, vóór publicatie ter advisering worden voorgelegd aan de betrokken partijen in de kindzorg en wijkverpleging. Uiterlijk 1 mei a.s. zal dit document gepubliceerd worden.

ZN heeft aangegeven dat ouders zich voor maatwerk kunnen melden bij de eigen zorgverzekeraar. Bijvoorbeeld als zij het oneens zijn met de indicatie en/of toekenning van het Zvw-pgb. De zorgverzekeraar gaat dan in gesprek met de ouders en de indicerend wijkverpleegkundige. De zorgverzekeraar zet zich in om na te gaan of de indicatie in lijn is met de huidige kaders. Daar waar het niet klopt, kan in overleg met de indicerend wijkverpleegkundige een herindicatie plaatsvinden. Daar waar de indicatie wel klopt, maar de verandering grote impact heeft op de organisatie van zorg tussen de huidige situatie naar de nieuwe situatie, zal de zorgverzekeraar in overleg met de indicerend wijkverpleegkundige en ouders ondersteuning bieden bij een soepele overgang.