ouderenzorg man-a45d11fb-6432-43c2-a170-e52b8b56a4a3.jpg
Langdurige zorg 05-10-2020

Reactie ZN op rapport Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is overwegend positief over het rapport 'Oud en Zelfstandig in 2030. Aangepast REISadvies' van de Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen. Vandaag vindt daarover in de Tweede Kamer een technische briefing plaats. Het rapport duidt de grote uitdaging rond de toegang tot ouderenzorg, adresseert de samenhang tussen zorg en welzijn, stimuleert de noodzakelijke vernieuwing en zoekt voornamelijk naar oplossingen binnen het huidige stelsel. ZN plaatst wel vraagtekens bij het advies om zorg thuis uit de Wet langdurige zorg (Wlz) over te hevelen naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Die voorgestelde verandering is geen verbetering: mensen zijn daarmee op zowel korte als langere termijn niet geholpen en het zorgt bovendien voor een forse premiestijging.

Het rapport schetst op punten de complexiteit van ons zorgstelsel. Om binnen dat stelsel verbeteringen door te voeren zijn (politieke) keuzes nodig. In hun gezamenlijke agenda Blijvend verzekerd van goede zorg pleiten zorgverzekeraars en zorgkantoren voor een meerjarige agenda voor de ouderenzorg. Die moet duidelijkheid geven over de verpleeghuiszorg voor de toekomst, maar ook over de zorg voor thuiswonende ouderen. En dan niet alleen vanuit het perspectief van de zorg, maar juist in samenhang met andere domeinen, met name wonen. Wat is de koers, het overheidsbeleid hierbij over een langere periode? Zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn voorstander van een breed maatschappelijk debat, met ruimte voor het bespreken van dilemma’s en het stellen van (kritische) vragen. Hoe verhoudt, voor zowel thuiswonende ouderen als ouderen in een verpleeghuis, de toegang van zorg zich tot de kwaliteit van zorg die we acceptabel vinden? En wat mogen we van de overheid verwachten en wat van cliënten en hun netwerk? Over niet al te lange tijd is er tweemaal zoveel verpleeghuiszorg nodig. Wat wordt de opdracht voor partijen binnen de Wlz, Wmo en Zvw als het gaat om het realiseren van woonvormen? ZN vindt het belangrijk om ook deze vragen in het maatschappelijk debat te betrekken.

Samenhang zorg en welzijn
Integrale ouderenzorg vraagt om verregaande samenhang van zorg en welzijn. Betrokken partijen moeten elkaar goed kennen en verantwoordelijkheid nemen voor hun aandeel om te komen tot afstemming. Het is belangrijk om wijkverpleegkundigen het vertrouwen te geven voor een zwaarwegend advies over de toekenning van ondersteuning vanuit de Wmo en de indicering van zorg vanuit de Wlz.  De samenhang tussen zorg en welzijn krijgt in het rapport voldoende aandacht. Het advies dat gemeenten Wmo-ondersteuning niet mogen weigeren zolang de zorg thuis verantwoord en doelmatig te verlenen is, kan op steun van ZN rekenen. Wij vinden het ook goed dat het rapport benadrukt dat er minder vrijblijvendheid moet zijn bij de woonopgave per regio. We steunen het advies om een omgekeerde prikkel in te bouwen in het Gemeentefonds, zodat doorstroom naar de langdurige zorg niet loont. Deze prikkel zou er overigens ook moeten zijn voor zorg vergoed uit de Zorgverzekeringswet.

Zorg thuis
Het rapport adviseert zorg thuis volledig vanuit de Zvw te organiseren. Hoewel de huidige situatie de gewenste en noodzakelijke vernieuwing van zorg in de weg staat, lijkt het ZN geen goed plan om zorg thuis uit de Wlz naar de Zvw over te hevelen. Het leidt tot nieuwe ‘knip- en plakvraagstukken’, mensen zijn daar op zowel korte als lange termijn niet mee geholpen. Voor de langdurige zorg is vernieuwing en flexibiliteit van woon-zorgconcepten cruciaal om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen, juist extramurale woon-zorgconcepten dragen hier aan bij. Ook zal het gepaard gaan met een forse premiestijging van 50 tot 60 euro per jaar. Een effectievere oplossing bestaat volgens ZN uit drie onderdelen. Zorg dat de overgang van de Zvw naar de Wlz voor een individuele cliënt op inhoudelijke gronden plaatsvindt en laat de uitgangspunten van de juiste zorg op de juiste plek daarbij leidend zijn. Voor mensen moet een overgang bovendien financieel neutraal zijn; eigen bijdragen moeten daarom geharmoniseerd worden. De mogelijkheid van domein-overstijgende financiering moet tot slot bevorderd worden, om zo gerichte investeringen mogelijk te maken.