TS-20171101-ZN-361-879c0c46-c1db-4f64-b205-bdc6e8398d9c.jpg
Zorgverzekering 09-11-2020

ZN-directeur Petra van Holst over wisselen van medicijnen: “Zorgverzekeraars hebben maatschappelijke opdracht om te zorgen dat zorg betaalbaar blijft”

Veel medicijnen worden gemaakt door verschillende fabrikanten. Deze producten bevatten dezelfde hoeveelheid van de werkzame stof en zijn getest op veilig gebruik. Verzekerden krijgen om verschillende redenen een weleens een medicijn van een ander merk mee in de apotheek. Televisieprogramma De Monitor (KRO-NCRV) stelde een aantal belangrijke vragen over het wisselen van medicijnen en het effect daarvan op de beheersing van de zorgkosten aan zorgverzekeraars. Lees hieronder het hele interview met Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland. De uitzending is op 9 november om 22.15 uur op NPO2.

Vindt u dat er te veel gewisseld wordt van medicijnen?
Van Holst: “Te veel? Nou, patiënten klagen erover. Dat is natuurlijk altijd belangrijk. Als patiënten er over klagen, dan gaat er iets niet goed. Een van de dingen die zorgverzekeraars doen, is langere afspraken maken met leveranciers, namelijk voor twee jaar. Dat is al een verbetering ten opzichte van het beleid wat we oorspronkelijk hadden. Een ander voordeel is dat wij leveranciers vragen om leveringszekerheid. Dat is om te voorkomen dat er gewisseld moet worden omdat de leverancier zegt: ‘Mijn voorraad is op’. Wat ik belangrijk vind bij het wisselen van medicijnen, is dat de apotheker een zorgverlener is. Die speelt een belangrijke rol om een patiënt te begeleiden bij het innemen van zijn medicijnen. Hoe doe ik dat veilig? Hoe doe ik dat duurzaam?”

De communicatie over het wisselen en het nieuwe medicijn ligt dus bij de apothekers, zegt u.
“Apothekers hebben expertise van medicijnen. En het doosje gaat bij de apotheker over de balie, dus de apotheker heeft een belangrijke rol om de patiënt daarin te begeleiden.”

We hebben met apothekers gesproken, en wie denkt u dat zij zeggen wie de voornaamste rol heeft in de communicatie?
“Ja, dat laat zich wellicht raden. Misschien wijzen ze naar de zorgverzekeraars. Maar dat zou natuurlijk heel raar zijn, want wij hebben niet de expertise. Het is niet onze patiënt, dus het zou raar zijn als zorgverzekeraars een rol zouden hebben in de begeleiding van de patiënt. Dat is echt een specifieke expertise en hoort bij de apotheker die zorgverlener is.”

Kan de zorgverzekeraar de patiënt niet een handje helpen bij zijn ingewikkelde zoektocht in de polis naar wat de voorkeursmedicijnen zijn en wanneer hij moet wisselen?
“De zorgverzekeraar kan daar in helpen, door daarover duidelijker te communiceren. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Let op, als je nu naar deze zorgverzekeraar gaat, kan dat dit en dit betekenen voor je medicijnen’. Daarover zijn we ook in gesprek met de Patiëntenfederatie.”

Patiënten zeggen ook: het medicijn waar mijn arts ‘medische noodzaak’ voor schrijft, krijg ik niet altijd mee. De apotheker zegt dan: de zorgverzekeraar vergoedt dit niet altijd.  
“Wij hebben afspraken gemaakt over ‘medische noodzaak’. En als de arts echt vindt dat er ‘medische noodzaak’ is, dat iemand echt niet kan wisselen, dan is dat ook het medicijn dat de apotheker uit kan geven. Huisartsen en apothekers moeten in overleg met elkaar bekijken: wat is het beste voor de patiënt? Dat is echt belangrijk.”

En het moet dus niet te duur worden.
“Nou ja, niet te duur… Kijk, wij hebben als zorgverzekeraar natuurlijk een belangrijke maatschappelijke opdracht om te zorgen dat de zorg betaalbaar blijft. Daarom kopen we ook medicijnen in. We hebben daar miljarden mee bespaard de afgelopen jaren. En om je een beeld te geven: we betalen op dit moment ongeveer 50 euro per jaar minder zorgpremie. De besparingsdoelstelling of het beheersbaar houden van de kosten vinden we belangrijk. En het belang van de verzekerde patiënt vinden we belangrijk. Daar proberen we een goede afweging in te maken.”

Snapt u dat apothekers zeggen: we zitten klem tussen de arts en zorgverzekeraar? Want aan de ene kant moeten ze de ‘medische noodzaak’ van de arts opvolgen en aan de andere kant worden ze door de zorgverzekeraar op het matje geroepen als ze teveel dure medicijnen uitgeven.
“Daar gaan we het gesprek over aan om te kijken waardoor het komt en wat we met elkaar afspreken. Maar het is ook belangrijk dat we de kosten met elkaar in de gaten houden. Daar zit een spanningsveld waarover we met huisartsen, apothekers en patiënten voortdurend in gesprek moeten blijven. Wat ik belangrijk vind, is dat er goede communicatie moet zijn tussen huisarts, apotheker en de betrokken patiënt.”

Nu verdiepen we ons al een aantal weken in dit onderwerp. En wat opvalt is dat de communicatie tussen artsen, apothekers en zorgverzekeraars juist helemaal niet optimaal is.
“Nee, we zijn ook hard bezig om te kijken hoe we dat kunnen verbeteren. En wij zijn groot voorstander van een farmaceutisch overleg waarin in eerste instantie de zorgverlener, want wij kunnen niet op zijn stoel gaan zitten, bekijkt: wat gebeurt hier en waarom is dat zo? Wat kunnen we daaraan verbeteren?”

U brengt het nu een beetje alsof de partijen aan het kibbelen zijn. Maar apothekers zeggen : als wij te vaak van medicijnen met ‘medische noodzaak’ verstrekken die geen voorkeursmiddel zijn, dan kunnen we financieel gekort worden door de zorgverzekeraar.
“We gaan contracten aan met apothekers. Daarin worden afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over hoe om te gaan met het wisselen van medicijnen. En nogmaals, wij zoeken altijd eerst het gesprek. En op het moment dat een gesprek niet duidelijk is, of niet leidt tot een overeengekomen ander beleid, dan kunnen er in het uiterste geval inderdaad vanuit het contract financiële consequenties aan zitten.”

Is de samenwerking tussen apothekers en zorgverzekeraars niet een beetje verhard?
“De samenwerking kan absoluut beter en een verharding neem ik ook waar. Een reden juist om het initiatief te nemen en aan tafel te gaan om te kijken hoe gaan we hier met elkaar de stap voorwaarts zetten.”

Bronnen: De Monitor