Inkoop van langdurige zorg

Zorgkantoren kopen zorg in met het budget van de Rijksoverheid voor de langdurige zorg. Zij sluiten daarvoor contracten af met aanbieders van verpleeghuiszorg, gehandicaptenzorg en langdurige ggz-zorg. Samen maken zij hierin afspraken over de manier waarop de zorg wordt uitgevoerd, welke kwaliteit deze moet hebben en welke vergoeding daar tegenover staat. De zorgkantoren staan voor de uitdaging om voor een groeiende groep ouderen, gehandicapten en mensen met een psychische aandoening zorg in te kopen.

Zorgkantoren hebben hun gezamenlijke visie op de inkoop van de langdurige zorg opgeschreven in het zogenoemde landelijk inkoopkader langdurige zorg. De zorgkantoren geven hieraan invulling in de 31 regio’s waarin Nederland is verdeeld voor de organisatie van de langdurige zorg. De zorgkantoren kopen zorg in op basis van hun kennis van de zorg die in de regio wordt aangeboden en de zorgvraag die zij verwachten op basis van eerdere jaren en de bevolkingssamenstelling. Zij geven daarmee uitvoering aan de opdracht van de Rijksoverheid binnen hun eigen regio, waarbij geen sprake is van onderlinge concurrentie of commercieel doel.

Rijksbudget voor de langdurige zorg
Jaarlijks stelt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geld beschikbaar voor de langdurige zorg, het Wlz-macrokader. De Nederlandse Zorgautoriteit verdeelt dit budget vervolgens over de verschillende zorgkantoorregio’s. De zorgkantoren kopen hiermee aan het einde van het jaar zorg in voor het jaar dat daarop volgt. Daarvoor maken zij een inschatting van het aantal mensen dat in het volgend jaar langdurige zorg nodig heeft en de zwaarte van die zorg.

Zorgkantoren zijn ervoor verantwoordelijk dat in iedere regio voldoende zorg in alle soorten en zorgzwaarten beschikbaar is. Zij verdelen het budget zo dat een optimale combinatie ontstaat van betaalbaarheid, kwaliteit maar zeker ook beschikbaarheid van de zorg. Dat laatste is van belang omdat de vraag vaak groter, of anders, is dan het aanbod, onder andere door personeelstekorten en de vergrijzing. Zorgkantoren zoeken daarvoor een oplossing door de vergoedingen daarop aan te passen en te werken met specifieke vergoedingen. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor een zorgaanbieder die extra inspanningen pleegt voor samenwerking tussen zorgaanbieders in de regio en daarvoor personeel beschikbaar stelt. Of voor zorgaanbieder die specialistische geestelijke gezondheidszorg aanbiedt die niet alle zorgaanbieders kunnen of willen bieden. Zo kunnen zorgkantoren via hun zorginkoop zorgaanbieders stimuleren of belonen om bepaalde vormen van zorg aan te bieden.

Tarieven voor de vergoeding van zorg
Alle zorgkantoren* hanteren grofweg dezelfde systematiek voor de vergoeding van langdurige zorg in hun regio’s. Deze zogenoemde tariefsystematiek stellen zij voor een aantal jaar gezamenlijk vast in hun landelijk inkoopkader. Zorgkantoren zijn bij de vergoeding van langdurige zorg gebonden aan een aantal voorwaarden, onder andere door wet- en regelgeving van de overheid. Zo stelt de Nederlandse Zorgautoriteit vast welke tarieven maximaal mogen worden vergoed voor de drie zorgsoorten. De zorgkantoren werken vervolgens met een percentage van dat tarief om het budget zo effectief mogelijk te verdelen.

Het hele budget voor de langdurige zorg wordt door de zorgkantoren gebruikt voor het organiseren van die zorg. Dat is altijd een puzzel. Het Rijksbudget is namelijk niet toereikend om alle zorgaanbieders 100% van de maximale tarieven te betalen. Bovendien is er dan ook geen geld over om zorgaanbieders te stimuleren passende zorg te bieden of te investeren in duurzaamheid, efficiency en innovatie. Zorgkantoren moeten dus steeds opnieuw goed bekijken hoe zij willen omgaan met de vergoeding van zorg om het beschikbare budget zo optimaal mogelijk te benutten. Ze zoeken daarbij een balans tussen het bieden van continuïteit aan zorgaanbieders en het belonen van werken aan vernieuwing of passende zorg in de regio. Met als doel om de continuïteit van passende zorg voor mensen die dat nodig hebben zeker te stellen.

Verdelingsvraagstuk
De zorgkantoren maken dus voorafgaand aan het kalenderjaar maatwerk afspraken met zorgaanbieders in hun regio over het verlenen van langdurige zorg, op basis van de gezamenlijke systematiek. Zij doen dit binnen het beschikbare regio-budget en op basis van hun verwachting van de zorgvraag. Twee keer passen zij deze afspraken met zorgaanbieders aan op basis van de daadwerkelijk geleverde zorg. In september bestaat een redelijk beeld van de hoeveelheid geleverde zorg in het afgelopen jaar. Zorgkantoren kunnen dan, in het geval van tekorten en overschotten, het budget tussen aanbieders en onderling herverdelen, dit heet herschikking. Na afloop van het jaar, rond april, maken de zorgkantoren en zorgaanbieders hun afspraken definitief in de nacalculatie. De NZa maakt op basis daarvan een totaaltelling op landelijk niveau, waarbij zij de overproductie kan verrekenen met de onderproductie op basis van de daadwerkelijk geleverde zorg.

*Met uitzondering van Menzis en DSW

 

Lees meer: